insuline is het meest belangrijke hormoon als het gaat om het reguleren van energie in het menselijk lichaam1. Het hormoon wordt aangemaakt in de alvleesklier in reactie op een een verhoogd glucoseniveau in het bloed. Glucose is bloedsuiker en wordt aangemaakt als reactie op de consumptie van koolhydraten en – in mindere mate – proteïne.
Insuline en bloedsuiker

Wanneer je koolhydraten eet breekt je lichaam deze af tot suikers, die in het bloed terecht komen. Dit veroorzaakt een probleem, want een overtollige hoeveelheid suiker in het bloed kan ertoe leiden dat suiker zich hecht aan je cellen zoals de rode bloedlichaampjes. Dit vormt een serieuze risicofactor voor hart- en vaatziektes en andere gezondheidsproblemen2. Hoog bloedsuiker is dus een ernstig gevaar voor je gezondheid. Daarom maakt het lichaam insuline aan.
Insuline zorgt ervoor dat de glucose uit je bloed weg kan, om je bloedsuikerspiegel weer te normaliseren. Alleen moet al die suiker wel ergens naartoe. Een deel van de glucose kan in de vorm van glycogeen worden vastgehouden in de lever en spieren, maar daar zit een limiet aan 3 . Als er daarna nog meer glucose over is – en als je veel koolhydraten eet, dan blijft er glucose over – wordt dat opgeslagen als Vet.
Insuline speelt een belangrijke rol in het opslaan van suiker als vet. Laten we eens kijken hoe dat proces eruit ziet.
Insuline en lichaamsvet
Zoals gezegd wordt insuline aangemaakt en in de bloedstroom gebracht als reactie op een toenemende bloedsuikerspiegel. Insuline zorgt vervolgens voor een toename van de GLUT4 glucose-transporters in het membraam van de vetcellen4. Hierdoor kan glucose de vetcel binnendringen. Onder invloed van stoffen als glycerol 3-fosfaat (wat ook door insuline wordt afgegeven) wordt de glucose vervolgens binnen de vetcel omgezet in vetweefsels voor opslag.
De aanwezigheid van insuline zorgt er dus voor dat glucose wordt opgeslagen als lichaamsvet genaamd triacylglycerol. Dat is op zich prima, want lichaamsvet is een handige opslag van energie voor als je een tijdje geen energie binnenkrijgt, maar te veel lichaamsvet is niet goed, en daar speelt insuline helaas ook een rol in.
Om het vet weer terug uit de cellen te krijgen en het te kunnen gebruiken moet het weer worden afgebroken van triacylglycerol naar losse vetzuren. Dit gebeurt door zogenoemd een specifieke lipase genoemd HSL (hormone-sensitive lipase). Dat betekent dus dat je HSL nodig hebt om opgeslagen vet te kunnen verbranden. Insuline breekt HSL af5. Dat betekent dus dat insuline er aan de ene kant voor zorgt dat je lichaam glucose opslaat als vet, en er aan de andere kant voor zorgt dat je dat vet niet kan verbranden.
In de grafiek verder naar boven op deze pagina zie je dat de insulinespiegel in het bloed zelfs vier uur na een koolhydraatrijke maaltijd nog verhoogd is. Als je dus ’s ochtends om 7 uur ontbijt met cornflakes, dan rond 12 uur luncht met brood, rond 4 uur een banaan eet en dan rond 6 uur dineert met aardappels heb je bijna de hele dag een verhoogde insulinespiegel. Dan ben je dus bijna de hele dag alleen bezig met vet opslaan, en niet met vet verbranden. Zelfs niet als je op een caloriebeperkt dieet bent.
Dus wat is insuline?
Insuline is een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij het reguleren van je bloedsuiker. Daarnaast bepaalt insuline welk soort energie je lichaam kan gebruiken door te toegang tot opgeslagen vet te beperken. Een verhoogde insulinespiegel zorgt wel voor een lage bloedsuikerspiegel, maar ook voor een verhoogde vetopslag. Bovendien kan een langdurig verhoogde insulinespiegel zorgen voor insulineongevoeligheid, wat op termijn weer kan leiden tot diabetes. Maar dat is een onderwerp voor een andere keer.
Nu weet je wat insuline is, en heb je een beeld van (een deel van) de gevaren van teveel bloedsuiker en insuline. Meer hierover lees je in onze posts over Koolhydraten, Waarom Keto en Keto vs Diabetes.